1. Bij alle kinderen met druk of opstandig gedrag én bij alle kinderen bij wie de diagnose ADHD, ODD en/of CD al is gesteld, kan de invloed van voeding op gedrag onderzocht worden.
  2. Het is niet noodzakelijk dat er al een diagnose gesteld is. Ook als dat niet zo is, kan uw kind deelnemen aan het onderzoek. Tijdens het onderzoek wordt namelijk gewerkt met een researchdiagnose, ook bij kinderen bij wie de diagnose al gesteld is.
  3. Ook wanneer uw kind medicijnen gebruikt of wanneer uw kind meerdere gedragsstoornissen heeft,  is deelname aan het onderzoek mogelijk.
  4. Sommige kinderen hebben alléén concentratieproblemen. Vroeger werd dit ’ADD’ genoemd. Tegenwoordig heet dit ’ADHD, overwegend onoplettendheid type’. Als het gaat om jongens die verder heel rustig, niet impulsief en niet opstandig zijn, dan raden wij aan om eerst onderzoek te laten doen naar leerstoornissen en leerproblemen, zoals dyslexie, dyscalculie, NLD, zwakbegaafdheid, hoogbegaafdheid, een disharmonisch intelligentieprofiel, et cetera. Wanneer al deze onderzoeken niets opleveren, dan kunt u uw zoon altijd aanmelden voor deelname aan dit onderzoek. Bij meisjes lijkt een ander mechanisme betrokken te zijn bij ADHD, hoewel hier nog weinig over bekend is. In ieder geval merken wij in de praktijk dat de problematiek van meisjes die op voeding reageren heel divers kan zijn. Meisjes met ADHD van het subtype overwegend onoplettendheid kunnen daarom altijd meedoen aan het PVG-onderzoek.
  5. In principe kunnen kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 12 jaar die nog op de basisschool zitten deelnemen aan het onderzoek naar de invloed van voeding op het gedrag.

 

Vaak voorkomende klachten bij kinderen die deelnemen aan het onderzoek:

Gedragsklachten

  • sterk wisselend gedrag
  • niet stil kunnen zitten
  • niet lijken te luisteren
  • niet tot de orde te roepen zijn
  • onbeheerst gedrag
  • impulsief gedrag
  • anderen steeds aanraken
  • altijd hollen i.p.v. lopen
  • driftbuien
  • vaak en gemakkelijk huilen
  • dwars/bokkig gedrag
  • agressief gedrag
  • concentratieproblemen
  • snel afgeleid zijn
  • gauw ruzie maken
  • niet aangeraakt willen worden
  • niet getroost willen worden
  • dwangmatig handelen
  • meteen zijn zin willen hebben
  • heel druk praten
  • niet op zijn stoel kunnen blijven zitten
  • storen in het spel van anderen
  • rusteloos zijn

Lichamelijke klachten

  • buikpijn
  • hoofdpijn
  • veel dorst
  • veel zweten
  • diarree
  • winderigheid
  • eczeem
  • vaak verkouden
  • kno-klachten
  • groeipijnen
  • vaak bloedneus
  • rode rand rond mond
  • slaapproblemen
  • kringen rond ogen
  • chronisch moe
  • rode oren