ADHD is een kinderpsychiatrische stoornis die voorkomt bij ongeveer 5% van de schoolgaande kinderen. Inmiddels weten we dat ADHD bij 70% van deze kinderen erfelijk bepaald is. Bij de overige kinderen zouden andere factoren, zoals zuurstoftekort tijdens de geboorte of alcoholgebruik door de moeder tijdens de zwangerschap van invloed kunnen zijn op het ontstaan van ADHD.

Niet altijd is het duidelijk waar de ADHD-symptomen nu precies door veroorzaakt worden. Meerdere omgevingsfactoren kunnen een rol spelen als oorzaak van gedragsstoornissen.

Ook de voeding wordt genoemd als mogelijke oorzaak van ADHD.

Provocatieonderzoeken

In de jaren zeventig werd veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen kleurstoffen en gedrag. Tijdens deze onderzoeken kregen de deelnemende kinderen een bepaalde hoeveelheid kleurstof (provocatie), of een nepmiddel (placebo) te eten. De rest van het dieet van het kind werd niet gewijzigd, de kinderen mochten gewoon blijven eten wat ze altijd al aten.
Uit bijna al deze onderzoeken, die ook wel de "provocatie-onderzoeken" genoemd worden, bleek dat er geen verband aantoonbaar was tussen het eten van kleurstoffen en ADHD. In de pers kregen deze onderzoeken veel aandacht en hoewel de onderzoeken zich uitsluitend richtten op kleurstoffen, werd geconcludeerd dat er geen verband bestond tussen voeding en gedrag.

Desondanks bleven ouders volhouden dat er iets aan de hand was met de voeding en dat hun kinderen ander gedrag vertoonden na het eten van bepaalde voedingsmiddelen. Dankzij deze volhardende ouders kwamen onderzoekers op het idee om het onderzoek naar voeding en gedrag heel anders aan te pakken.

Deze onderzoekers wijzigden het hele dieet van het kind, en maakten gebruik van het "few foods diet", een streng en zeer beperkt dieet. Dit was het begin van de dieetonderzoeken.

De basisgedachte achter de dieetonderzoeken was dat niet alleen additiva, zoals kleurstoffen, gedragsstoornissen zouden kunnen veroorzaken, maar dat in principe elk bestanddeel van de voeding dat zou kunnen doen. Bovendien zou ieder individu weer voor andere voedingsmiddelen gevoelig kunnen zijn.

Dieetonderzoeken

Uit de dieetonderzoeken bleek dat ongeveer 70% van de deelnemende kinderen, die allemaal ADHD hadden, zeer goed reageerden op het few foods diet. Bij al deze kinderen werd vervolgens door middel van provocatie en eliminatie uitgezocht welke voedingsmiddelen de oorzaak waren van de gedragsproblemen.

Hieruit bleek dat kinderen voor meer dan één voedingsmiddel gevoelig waren, meestal voor een stuk of drie. Dit waren gewone voedingsmiddelen, producten die dagelijks gegeten worden, zoals bijvoorbeeld melk, pindakaas, of sinaasappels.

De wetenschap dat kinderen op meerdere producten konden reageren, dus niet alleen op kleurstoffen, verklaart achteraf waarom de provocatie-onderzoeken, waarbij dus niet het hele dieet van het kind gewijzigd werd, niets opleverden.

De dieetonderzoeken, die alle gepubliceerd werden in wetenschappelijke tijdschriften, werden dubbelblind en placebo-gecontroleerd herhaald. Hieruit bleek dat de gedragsveranderingen, die in eerste instantie door de ouders geconstateerd werden, ook met behulp van objectieve meetmethoden bevestigd konden worden.

Toch zijn vooral de resultaten van de kleurstofonderzoeken blijven hangen in de reguliere geneeskunde, de recentere dieetonderzoeken werden lange tijd niet echt serieus genomen. Gelukkig begint daar langzaam maar zeker, mede dankzij de onderzoeken die zijn uitgevoerd door het  ADHD Research Centrum, verandering in te komen.