ADHD is een kinderpsychiatrische stoornis die voorkomt bij ongeveer 5% van de schoolgaande kinderen. De afkorting staat voor ‘Attention Deficit Hyperactivity Disorder’, maar ADHD wordt ook wel ‘Alle Dagen Heel Druk’ genoemd. Kinderen die deze stoornis hebben zijn druk, impulsief en kunnen zich moeilijk concentreren. Bij de meeste kinderen beginnen de symptomen voordat ze vijf jaar oud zijn (vaak zelfs voor het tweede levensjaar) en de stoornis gaat vaak door tijdens de puberteit en volwassenheid.

Volgens de criteria in de DSM-IV, het psychiatriehandboek dat in Nederland gebruikt wordt, zijn er achttien karakteristieke ADHD-symptomen.

Negen van die symptomen zijn gerelateerd aan aandachtstekort. Kinderen met deze symptomen hebben er onder andere moeite mee om de aandacht bij hun taken of spel te houden, lijken vaak niet te luisteren als ze direct aangesproken worden, of hebben moeite met het organiseren van taken en activiteiten. Ook kunnen ze vergeetachtig zijn en vaak dingen kwijtraken. De andere negen symptomen zijn gerelateerd aan hyperactief en impulsief gedrag. Het gaat hier om kinderen die vaak wiebelen, die moeilijk rustig kunnen spelen, vaak van tafel gaan of aan een stuk door praten. Ook kunnen deze kinderen impulsief zijn en moeite hebben om op hun beurt te wachten.

Natuurlijk is het niet zo dat ieder kind dat wel eens één van deze symptomen vertoont, meteen ADHD heeft. Pas wanneer kinderen meerdere van deze gedragingen laten zien, en dan ook nog eens veel vaker dan normaal, dan zou de diagnose ADHD gesteld kunnen worden. Er zijn echter nog een paar voorwaarden waaraan voldaan moet worden voordat het zover is: (1) het kind moet dit gedrag niet alleen vandaag, gisteren of de afgelopen week laten zien, maar gedurende minstens een halfjaar; (2) het kind moet de gedragsproblemen niet alleen thuis laten zien, maar ook in minstens één andere situatie, zoals bijvoorbeeld op school of tijdens voetbal; (3) de gedragsproblemen moeten vóór het zevende levensjaar begonnen zijn (in de DSM-V zal deze leeftijdsgrens waarschijnlijk verhoogd worden tot vóór het twaalfde levensjaar); en (4) de gedragsproblemen moeten dusdanig ernstig zijn dat het kind erdoor belemmerd wordt in zijn of haar ontwikkeling. Deze laatste voorwaarde is heel belangrijk en betekent in feite dat elk kind bij wie de diagnose ADHD gesteld wordt, zich niet optimaal kan ontwikkelen en ernstige hindernissen ondervindt door de gedragsproblemen.

In de praktijk is dat laatste duidelijk te zien. Veel kinderen met ADHD hebben problemen: thuis, op school, met vriendjes… Als ze wat ouder worden dan blijkt vaak dat ze hun school niet afmaken, verkeerde vrienden krijgen of met de politie in aanraking komen. Kinderen met ADHD hebben het dus niet alleen moeilijk op de basisschool, maar ook daarna. ADHD is in feite een langdurig probleem. Om deze reden is het zeer belangrijk dat de oorzaak van ADHD aangepakt wordt, zodat de aandoening en de problemen die erdoor veroorzaakt worden, voorkomen kunnen worden. Lees hier meer over de oorzaak van ADHD.