Het Pelsser-Voeding en Gedrag-dieet is zonder meer te streng en te belastend om langdurig te blijven volgen: Wanneer uw kind goed reageert op het onderzoek, is het belangrijk om uit te zoeken op wèlke voedingsmiddelen uw kind reageert. Dit zijn bij elk kind meerdere voedingsmiddelen. Ook zijn het bij elk kind andere voedingsmiddelen, in elke willekeurige combinatie.
Uitzoeken op welke voedingsmiddelen uw kind reageert, gebeurt in het vervolgonderzoek. Na het vervolgonderzoek weten ouders welke voedingsmiddelen hun kind beter niet kan eten. De uiteindelijke dieetbeperkingen zijn dus zo gering mogelijk.
Het is dus nooit de bedoeling om langdurig het PVG-dieet te volgen!
Hoewel de dieetbeperkingen uiteindelijk niet zo groot zijn (over het algemeen moeten kinderen drie tot vijf voedingsmiddelen vermijden), moet er toch altijd rekening gehouden worden met het dieet. Dat is zeker een nadeel. Daarentegen zijn er ook grote voordelen.
Hieronder ziet u de voor- en nadelen van een dieet in vergelijking met Ritalin, het meest gebruikte ADHD-medicijn van tegenwoordig.
Het grote voordeel van dieetinterventie: er is absoluut geen sprake van bijwerkingen en het werkt 24 uur per dag. Ritalin werkt slechts kort en er kan sprake zijn van ongewenste neveneffecten.
Het grote nadeel van dieetinterventie: er zijn sociale beperkingen. Een kind mag bijvoorbeeld niet alle soorten chips meer eten omdat het reageert op smaakversterkers. Of het mag misschien maar één keer per week pindakaas eten, omdat het anders gedragsproblemen krijgt. Of het mag geen kruiden meer, of geen melk. De sociale beperkingen zijn sterk afhankelijk van de voedingsmiddelen waar een kind op reageert.
Het is gelukkig zelden zo dat een kind voor een bepaald voedingsmiddel zo gevoelig is dat het er helemaal niets meer van mag eten. Het gaat bijna altijd om een intolerantie, niet om een allergie. Dat betekent dat er een bepaalde drempelwaarde is. Wanneer je minder eet van een bepaald product dan de drempelwaarde, dan heeft het voedingsmiddel geen effect. Wanneer er meer van gegeten wordt, dan pas ontstaan er problemen. Tijdens het vervolgonderzoek wordt ook zoveel mogelijk de drempelwaarde van elk voedingsmiddel bepaald.
Vaak hebben kinderen er geen last van wanneer er zo nu en dan, en in kleine hoeveelheden, iets verkeerds gegeten wordt. Dit betekent dat, wanneer men zich thuis redelijk goed aan het uiteindelijke dieet houdt, dat er dan buiten de deur best wel eens gezondigd mag worden.