In elk tijdschrift wordt reclame gemaakt voor visolie (omega-3-vetzuren). Het lijkt hèt wondermiddel van deze tijd te zijn. Visolie heeft volgens de reclameteksten veel invloed op het gedrag van onze kinderen: ze zouden rustiger worden, hun concentratie zou verbeteren, driftbuien zou verdwijnen, het geheugen zou vooruitgaan, enzovoort. Op sommige websites wordt gesuggereerd dat het Pelsser RED Centrum betrokken is bij de positieve berichtgeving omtrent visolie en ADHD. Dit is onjuist. Wel hebben wij meerdere visolie-fabrikanten benaderd om samen onderzoek te doen. De effecten van visolie zouden dan vergeleken kunnen worden met de effecten van een eliminatiedieet. Helaas wilde geen enkele fabrikant zijn medewerking aan dit onderzoek verlenen. Dit verbaasde ons zeer en wij vroegen ons af wat de reden hiervan zou kunnen zijn. Ouders, kinderen en de samenleving zijn gebaat bij goed en onafhankelijk onderzoek. Zou de positieve berichtgeving omtrent visolie wellicht niet helemaal op waarheid berusten? Om meer te weten te komen over de werking van visolie, hebben wij ons verdiept in alle beschikbare literatuur op het gebied van visolie en gedragsstoornissen bij kinderen.

Review van Schachter et al

In 2005 is een uitgebreid wetenschappelijk rapport over visolie verschenen: een literatuuroverzicht van alle wetenschappelijke publicaties op het gebied van visolie en onder andere ADHD [1]. Uit deze studie blijkt dat er geen enkel bewijs is voor de effecten van visolie op ADHD.

Schachter et al, Evidence report, 2005:

"Er is geen enkel bewijs dat visolie een gunstig effect heeft op ADHD, niet als therapie en niet als aanvulling op bestaande therapie"

Het onderzoek van Schachter et al werd onafhankelijk uitgevoerd. Dat is heel belangrijk, want visolie-onderzoeken worden vaak gesponsord door de voedingsmiddelenindustrie of uitgevoerd door onderzoekers die banden hebben met de voedingsmiddelenindustrie. Dit kan de onderzoeksresultaten behoorlijk beïnvloeden, zoals ook aangegeven wordt door prof. dr. M. Katan, hoogleraar Voedingsleer aan de VU in Amsterdam (NRC Handelsblad, dd. 9 januari 2007). Hoe onderzoeksresultaten positiever voorgesteld kunnen worden dan in werkelijkheid het geval is, wordt hieronder beschreven aan de hand van de Oxford-Durham study [2].

De Oxford-Durham study

De Oxford-Durham study is een onderzoek dat veel genoemd wordt wanneer het gaat om de gunstige effecten van visolie op ADHD. Aan dit onderzoek namen 117 kinderen deel, in de leeftijd van 5 tot 12 jaar. De helft van de kinderen kreeg gedurende 3 maanden visolie (fatty acids), de andere helft kreeg een nepmiddel (placebo). Na de eerste drie maanden kregen alle kinderen nóg drie maanden visolie.

Op drie momenten werd het ADHD-gedrag van de kinderen gemeten: bij de start van het onderzoek (de baseline), na 3 maanden en na 6 maanden. In deze figuur, die onder andere gebruikt wordt om de effecten van visolie op ADHD te promoten, worden de resultaten van de Oxford-Durham study weergegeven.

Oxford-Dorham study

Er is een flinke daling van de rode lijn te zien: het gedrag van de visoliegroep lijkt na 3 maanden met 75% verbeterd te zijn. Wanneer we de grafiek echter beter bekijken, dan blijkt dat de verticale as niet bij 0 begint, maar bij 57. De score daalt na 3 maanden visolie niet met 75%, zoals de lijn op het eerste gezicht lijkt weer te geven, maar daalt van 65 punten naar 59 punten. De verbetering bedraagt dus niet meer dan 9%.

Statistisch significant is niet altijd klinisch relevant

Zelfs een zeer kleine gedragsverandering kan statistisch significant zijn. Maar daarnaast moet een gedragsverandering ook klinisch relevant zijn: er moet niet alleen op papier (statistisch), maar ook in de praktijk (klinisch) sprake zijn van een merkbare gedragsverbetering. Bij gedragsonderzoek wordt vaak een minimale verbetering van 30% gehanteerd voordat gesproken mag worden over een klinisch relevant effect.

Een verandering van 9% is misschien wel statistisch significant, maar is zeker niet klinisch relevant.

Nederlands dieetonderzoek

Dat een eliminatiedieet effect kan hebben op ADHD is overtuigend wetenschappelijk bewezen [3]. Dieetonderzoeken die inmiddels in Nederland zijn uitgevoerd om het verband tussen voeding en ADHD te onderzoeken, bevestigen dit. In de Nederlandse dieetonderzoeken werd van tevoren afgesproken dat het gedrag van de deelnemende kinderen met minstens 50% moest verbeteren, voordat geconcludeerd mocht worden dat het dieet een gunstig effect heeft op het gedrag van het kind. De gedragsverbetering tijdens het meest recente gecontroleerde eliminatiedieet-onderzoek bedroeg 71%. Dat is niet alleen statistisch significant, maar ook in zeer grote mate klinisch relevant.

Visolie in Vergelijking met eliminatie-dieet

In deze figuur worden de ADHD-scores van de visoliegroep (uit de Oxford-Durham study) vergeleken met de ADHD-scores van de dieetgroep (uit het meest recente eliminatiedieet-onderzoek) [4].

Te zien is dat de ADHD-score tijdens de Oxford-Durham study daalt van 100% naar 91% en tijdens het eliminiatiedieet-onderzoek van 100% naar 29%. In deze grafiek begint de verticale as, zoals het hoort, bij 0. Hierdoor wordt de werkelijke gedragsverbetering zichtbaar, zowel van de Oxford-Durham study (een verbetering van 9%) als van het eliminatiedieet-onderzoek (een verbetering van 71%).

Conclusie: effect van visolie op ADHD is niet aangetoond

Onderzoek heeft overtuigend aangetoond dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs bestaat voor het effect van visolie op ADHD, in tegenstelling tot wat alle visoliereclame ons wil laten geloven. Visolie kan wellicht een goede aanvulling zijn op het dieet wanneer het gaat om het voorkomen van hart- en vaatziekten, maar is niet geschikt als therapie voor ADHD.

Literatuur

  1. Schachter HM, Kourad K, Merali Z, Lumb A, Tran K, Miguelez M. Effects of omega-3 fatty acids on mental health.Evid Rep Technol Assess (Summ). 2005;116:1-11. Review
  2. Richardson AJ, Montgomery P. The Oxford-Durham study: a randomized, controlled trial of dietary supplementation with fatty acids in children with developmental coordination disorder. Pediatrics. 2005;115:1360-6.
  3. Arnold L.E. Treatment Alternatives for ADHD. Journal of Attention Disorders. 1999;3:30-48.
  4. Pelsser LMJ, Frankena K, Toorman J, Savelkoul HFJ, Rodrigues Pereira R & Buitelaar JK. A randomised controlled trial into the effects of food on ADHD. Eur Child and Adolesc Psychiatry. 2008. epub ahead of print.