Print This Page

Vervolgonderzoek

Kinderen die met gedragsverbeteringen van 40% of meer reageren op het PVG-dieet, kunnen instromen in het vervolgonderzoek. Kinderen die geen of nauwelijks gedragsverbetering vertonen ten gevolge van de dieetinterventie, worden doorverwezen voor verder onderzoek en/of medicatie.

Het is dus nooit de bedoeling om het dieet langdurig te volgen: ofwel uw kind mag weer alles eten, ofwel het gaat deelnemen aan het vervolgonderzoek.

Tijdens het vervolgonderzoek wordt onderzocht op welke voedingsmiddelen uw kind reageert, dit gebeurt door middel van een individueel provocatie- en eliminatieschema. Langzaam maar zeker wordt het dieet van uw kind uitgebreid, tot het zo normaal mogelijk kan eten en alleen nog maar een aantal voedingsmiddelen hoeft te vermijden.

Het vervolgonderzoek kan een jaar duren, dit is afhankelijk van de gevoeligheid van uw kind. De methode is dus niet snel, maar wel effectief: langzaam maar zeker wordt duidelijk op welke voedingsmiddelen uw kind reageert met gedragsveranderingen.

Helaas zijn er geen andere mogelijkheden om de invloed van voeding op gedrag te onderzoeken. Er bestaan op dit moment nog geen andere reguliere testmethodes, zoals bijvoorbeeld bloedonderzoek, om dit te onderzoeken.

Het is belangrijk om te weten dat elk kind dat met gedragsstoornissen reageert op voeding, voor drie tot vijf verschillende voedingsmiddelen gevoelig is. De combinatie van voedingsmiddelen kan voor elk kind weer anders zijn. In principe kan het elk voedingsmiddel zijn: ook al hebben kleurstoffen en suiker de reputatie dat kinderen daar druk van worden, toch blijkt uit onderzoek dat het heel vaak niet deze stoffen zijn, maar doodgewone voedingsmiddelen.

Het is niet verstandig wanneer ouders op eigen houtje voedingsmiddelen weglaten uit het dieet van hun kind. Wanneer u dit doet, belast u uw kind langdurig, terwijl de kans erg klein is dat de juiste combinatie aan voedings-middelen wordt weggelaten. Het is beter om gedurende korte tijd deel te nemen aan goed onderzoek, en daarna ook te weten waar u aan toe bent.

Het is gelukkig zelden zo dat een kind voor een bepaald voedingsmiddel zo gevoelig is dat het er helemaal niets meer van mag eten. Het gaat bijna altijd om een intolerantie, niet om een allergie. Dat betekent dat er een bepaalde drempelwaarde is. Wanneer je minder eet van een bepaald product dan de drempelwaarde, dan heeft het voedingsmiddel geen effect op het gedrag van het kind. Pas wanneer er meer van een bepaald product gegeten wordt dan de drempelwaarde voor dat product, ontstaan er problemen. Tijdens het vervolgonderzoek wordt ook zoveel mogelijk die drempelwaarde bepaald. Dit betekent vaak dat, wanneer men zich thuis redelijk goed aan het uiteindelijke dieet houdt, dat er dan buiten de deur best wel eens gezondigd kan worden.

Tijdens het vervolgonderzoek is intensieve begeleiding en ondersteuning nodig. Om de vier weken zijn er begeleidingsgesprekken. Ook moeten ouders tijdens het gehele vervolgonderzoek een dagboek bijhouden, waarin niet alleen het gedrag van het kind genoteerd wordt, maar ook alle overige klachten, zoals bijvoorbeeld buikpijn, slaapproblemen en bedplassen. Het goed bijhouden van het dagboek is tijdens het vervolgonderzoek van groot belang. Om de 4 weken wordt de voortgang van het onderzoek besproken en wordt in overleg een nieuw schema gemaakt van te testen voedingsmiddelen. Voorafgaande aan dit consult wordt het dagboek opgestuurd, zodat dit uitgebreid bestudeerd kan worden.

De werkelijke kosten van de vervolgconsulten bedragen € 165,-. Dankzij sponsoring van het onderzoek zijn de kosten voor de ouders op dit moment € 97,50 per vervolgconsult.