PDD-NOS
Veel kinderen die deelnemen aan het onderzoek hebben niet alleen kenmerken van hyperactiviteit en/of aandachtstekort, maar ook kenmerken van PDD-NOS.
Sommige kinderen zijn dwangmatig: Dit kan zich uiten doordat ze bijvoorbeeld alles in een bepaalde volgorde willen doen of rangschikken. Sommige kinderen lopen steeds rondjes of willen niet van een bepaalde fietsroute afwijken. Soms ook willen ze als eerste de trap af. Wanneer dat niet gebeurt, krijgen ze een driftbui of laten zich krijsend op de grond vallen. Ze kunnen dit net zolang volhouden tot de hele familie, voor de lieve vrede en ten einde raad, maar weer naar boven gaat.
Sommige kinderen hebben tics, ze maken vreemde geluiden of rare bewegingen, ze wapperen met hun handen, schudden met hun hoofd of klakken voortdurend met hun tong.
Andere kinderen zijn geobsedeerd door auto’s of bepaalde spelletjes.
Ook komt het voor dat kinderen op een vreemde manier contact maken. Ze gaan bijvoorbeeld bij wildvreemde mensen op schoot zitten, of leunen voortdurend tegen iedereen aan, of gaan te dicht bij anderen staan. Ze zijn soms niet in staat om op een normale manier met leeftijdgenoten in contact te komen, ze dringen zich op of zijn veel te ruw en doen anderen pijn. Ze lachen als ze zouden moeten huilen en het verdriet van anderen lijkt hen koud te laten.
Sommige kinderen zijn heel angstig, ze durven niet alleen te zijn of zijn overdreven bang voor insecten of voor harde geluiden. Andere kinderen hebben heftige driftbuien om niets, waarbij ze anderen pijn kunnen doen en waarbij ze totaal niet benaderbaar of aanspreekbaar zijn.
Ook bij drukke kinderen met deze kenmerken is het mogelijk dat de problemen veroorzaakt worden door de voeding.
Welke kinderen mogen deelnemen aan het onderzoek?
Bij sommige kinderen die deelnemen aan het onderzoek is alleen de diagnose PDD-NOS gesteld, bij andere kinderen is zowel de diagnose ADHD als PDD-NOS gesteld en bij een derde groep kinderen is nog helemaal geen diagnose gesteld. Al deze kinderen kunnen deelnemen aan het onderzoek mits er ook sprake is van druk gedrag.
Een kind waarbij de diagnose PDD-NOS is gesteld, maar dat ook druk of impulsief is (bijvoorbeeld niet stilzitten, rusteloos, steeds van de stoel af, hollen in plaats van lopen, gedreven door een motor, anderen in de rede vallen, voor de beurt praten) mag altijd meedoen aan het onderzoek.
Ook kinderen met (kenmerken van) PDD-NOS kunnen dus deelnemen aan het onderzoek naar de invloed van voeding op het gedrag van kinderen. Wanneer er echter geen sprake is van druk gedrag, dan kunnen kinderen met PDD-NOS niet deelnemen aan het onderzoek.

