De term ‘ADD’ wordt nog vaak gebruikt, hoewel die eigenlijk al vele jaren geleden is afgeschaft. In de DSM-IV, het in Nederland gehanteerde psychiatriehandboek, wordt alleen gesproken van ADHD. ADHD wordt verdeeld in 3 subtypes, namelijk ADHD met voornamelijk hyperactief/impulsief gedrag, ADHD met voornamelijk concentratieproblemen, en ADHD van het gecombineerde type. Bij dit laatste type, dat het vaakst voorkomt, hebben de kinderen last van zowel concentratieproblemen als hyperactief/impulsief gedrag. Wanneer bij uw kind de diagnose ADD gesteld is, dan is er dus eigenlijk sprake van ADHD met voornamelijk concentratieproblemen.

Alle kinderen met ADHD, onafhankelijk van het subtype, kunnen deelnemen aan het PVG-onderzoek.

Jongens die uitsluitend op school concentratieproblemen hebben

Wanneer het gaat om jongens die uitsluitend concentratieproblemen hebben tijdens bezigheden die te maken hebben met schoolwerk en die verder heel rustig zijn, niet opstandig of tegendraads zijn, en geen lichamelijke klachten hebben, dan adviseren wij om eerst te laten onderzoeken of er sprake is van een andere oorzaak voor de concentratieproblemen dan voeding. De klachten van deze kinderen kunnen namelijk heel goed veroorzaakt worden door leerstoornissen zoals dyslexie, dyscalculie of NLD. Ook kunnen ze veroorzaakt worden door leerproblemen zoals hoogbegaafdheid of laagbegaafdheid. Een deskundig uitgevoerd intelligentieonderzoek is dan ook zeker belangrijk bij deze kinderen. Wanneer dit onderzoek al is uitgevoerd, dan is deelname aan het PVG-onderzoek natuurlijk altijd mogelijk. Want ook als er uitsluitend sprake is van concentratieproblemen, kan voeding de oorzaak zijn.

Jongens die thuis en op school concentratieproblemen hebben

Wanneer bij jongens de diagnose ADD (dus eigenlijk ADHD met voornamelijk concentratieproblemen) gesteld is, maar wanneer zij thuis, tijdens gewone dagelijkse bezigheden, ook concentratieproblemen hebben of snel afgeleid zijn (bijvoorbeeld tijdens het aankleden, uitkleden, tandenpoetsen et cetera), dan kunnen zij altijd deelnemen aan het PVG-onderzoek. Ook wanneer jongens veel lichamelijke klachten hebben (zoals buikpijn, onzindelijk, hoofdpijn, diarree, eczeem, veel zweten, verstopping, et cetera) dan kunnen ze altijd deelnemen aan het PVG-onderzoek.

Meisjes met ADHD

Meisjes kunnen altijd deelnemen aan het PVG-onderzoek, onafhankelijk van de klachten. Bij meisjes lijkt een ander mechanisme betrokken te zijn bij ADHD, hoewel hier nog weinig over bekend is. In ieder geval merken wij in de praktijk dat de problematiek van meisjes die op voeding reageren heel divers kan zijn. De problemen kunnen vergelijkbaar zijn met de problemen van jongens, maar ze kunnen ook wezenlijk anders zijn. Meisjes die op voeding reageren kunnen bijvoorbeeld last hebben van afwezig, dromerig en vergeetachtig gedrag, terwijl jongens meestal druk en impulsief zijn.

Ook voor meisjes geldt dat er nog geen diagnose gesteld hoeft te zijn. Als de klachten uw dochter belemmeren in haar ontwikkeling, dus als zij echt last heeft van de klachten, dan is er voldoende reden om haar aan te melden. Wellicht kan het stellen van een diagnose zelfs voorkómen worden door deelname aan het PVG-onderzoek. Wanneer voeding de oorzaak is van de klachten, zijn er daarna immers geen problemen meer. Voor kinderen kan dat gunstig zijn, aangezien de diagnose ADHD toch vaak een stempeltje is dat zij de rest van hun leven met zich meedragen.